RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Anne Wieggers

Aan_inspiratie_geen_gebrek_bij_kwekerij_de_Hessenho.jpg

Duurzaam tuinieren

‘Een betere wereld begint in je tuin’, is het motto van groenjournalist Anne Wieggers. Hoe meer mensen hun tuin zien als een plek om te delen met vogels, insecten en egels, hoe groter het effect op het milieu. 

Anne Wieggers is duurzaam tuinontwerper en groenschrijver, ze schrijft o.a. voor NRC Handelsblad. Haar missie is Nederland te vergroenen en de bio- diversiteit te helpen. Haar boek Duurzaam tuinieren staat vol tips voor een duurzame, levende en mooie tuin. annesduurzametuinen.nl, op Instagram: @annesduurzametuinen

Maak kans op Annes boek door ons voor 4 juni 2020 te mailen waarom juist jij dit boek zou willen hebben. De winnaars krijgen automatisch bericht. 

bestelnuR2

In een duurzame tuin is veel ruimte voor dieren en insecten. Er fladderen legio vlinders en bijen rond, en het barst er van de bloemen. Zo’n tuin klinkt idyllisch en alsof het veel moeite en geld kost om aan te leggen. Het tegendeel is waar. In een paar stappen, het toevoegen van wat zaadjes, hier en daar een bolletje of plant, en met vooral veel láten, maak je al een flink verschil.

 

Kies voor inheemse bloemen en planten

Vrijwel alle planten in onze tuinen zijn exoten. Dit klinkt alsof ik wuivende palmbomen bedoel, maar ook een ogenschijnlijk oer-Hollandse boerenhortensia is exotisch. Van Nederlandse bodem komt deze van origine Japanner namelijk niet. Inheemse insecten hebben logischerwijs een voorkeur voor en zijn zelfs volledig afhankelijk van planten waarmee ze een gigantisch lange tijd een relatie hebben opgebouwd: onze inheemse begroeiing. Maar helaas vind je minder en minder inheemse planten in tuincentra. Zonde, want het zijn vaak prachtige sierplanten. Met inheemse planten in je tuin sla je een dubbelslag: ze zijn goed voor de insecten en hebben een hoge sierwaarde. Een paar favorieten van mij zijn:

+ Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)

Aangezien deze slingerende plant ‘s avonds het meest fabelachtige parfum verspreidt, is hij ideaal voor nachtvlinders, motten en mensen die graag buiten afdraaien na een lange dag.

+ Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)

Uitbundig bloeiende planten die in het voorjaar – vooral in mei en juni – zorgen voor een enorme bloemenpracht. Vaak bloeien ze door tot in de herfst. Ze doen het ook goed in een vaas, maar dan moet je het wel over je hart krijgen ze te plukken.

+ Smeerwortel (Symphytum officinale)

Een vieze naam voor een fantastische plant, hommels en wilde bijen zijn er dol op. Hij zal gaan en staan waar hij wil wanneer hij zich echt thuis voelt, dus je moet hem flink intomen. Het blad kun je gebruiken voor het maken van goede plantenvoeding.

 

Kies voor een bloemengazon

Een gazon is veel beter dan een plaatsje vol tegels omdat het hemelwater weg kan, maar voor de natuur doet het niet veel. Dit verklaart ook waarom ons platteland – vaak een monocultuur – voor insecten een groene woestijn kan zijn. Alleen koeien worden blij van weilanden gevuld met louter gras. Goed idee: maai je gazon wat minder vaak.  Als er madeliefjes, klaver en paardenbloemen verschijnen, gaat er van alles leven in dat lapje gras. Wil je toch graag een glad gemaaid gazon? Zaai dan in de lente madeliefjes, die zijn te kort voor de maaier. Handig trucje: steek met een spade een stukje gras uit, keer dat om en leg het terug. Maak de aarde wat fijner met een harkje of je handen, nu heb je een mooi zaaibedje. Hierop kunnen de madeliefjes goed kiemen. Strooi er daarna heel licht wat grond overheen en de bloemetjes verschijnen al snel. In de herfst is de grasmat nog duurzamer te maken door hem te beplanten met bollen. Kies bijvoorbeeld onbespoten krokussen en sneeuwklokjes. In het voorjaar is het belangrijk pas te maaien wanneer het groen van de bollen de tijd heeft gehad af te sterven. Dat is namelijk de manier van de bollen om hun energie te verzamelen voor volgend jaar. Zo is een jarenlange bloei gegarandeerd.

 

Plant een boompje of struik

In de meeste tuinen is plaats voor een boom of struik, en dat is mooi want ze verkoelen de omgeving en zijn goed tegen wateroverlast. Er zijn tientallen soorten en er zijn ook genoeg bomen te vinden die klein blijven. Je bepaalt zelf hoeveel ruimte ze mogen innemen door te snoeien. Bomen en struiken van Nederlandse herkomst zijn beter toegerust om de huidige onvoorspelbare weerschommelingen aan te kunnen. Ze blijven meer dan exoten hun natuurlijke ritme volgen wat betreft bloeien en vrucht zetten. Denk bijvoorbeeld aan: Gewone vlier (Sambucus nigra) Het voordeel van deze struik is dat je kunt genieten van de bloemen en de bessen. Je kunt er vlierbloesemsiroop en wijn van maken. Die drink je, bedwelmd door de heerlijke geur van de wilde kamperfoelie, ‘s avonds op het terras. Vuilboom/sporkehout (Rhamnus) Of dit nu een boom of struik is, daar is men niet over uit. In elk geval is hij een ideale kandidaat voor een kleine tuin. Wanneer je de vertakkingen aan de onderkant wegsnoeit vormt zich al snel een boompje, waaronder je mooi wat bosanemoontjes kwijt kunt. Het bijzondere aan de vuilboom is dat hij alles tegelijk kan en doet. Bloeien, vrucht dragen: het hele voorjaar gaat hij door. Ideaal voor al die wezentjes die van de bessen en bloemen leven. Krent (Amelanchier) Een krentenboom is uitermate geschikt voor vogel- en jamliefhebbers. In de bessen zit namelijk een hoog gehalte aan pectine, wat een natuurlijk verdikkingsmiddel is voor jams. Dit scheelt een flinke hoeveelheid suiker. Mocht je graag vegetarische jam maken, dan is pectine een fijne vervanger voor gelatine. De krent bloeit prachtig in het voorjaar en is dan omgeven door het gezoem van insecten. Tijdens de extreme droogte van 2018 was ik even bang dat mijn krentenboom er niet goed tegen bestand was, omdat ‘ie al vroeg verkleurde alsof het volop herfst was. Gelukkig bloeide hij het jaar daarop net zo rijk als anders. Die test heeft hij dus doorstaan.



duurzaam

 


 

Ga naar de lokale kweker

Er zijn talloze leuke, kleine kwekerijen in Nederland die ook nog eens een bron van kennis in huis hebben. Een goede lokale kweker is gespecialiseerd in de grondsoort van de omringende tuinen - dus ook die van jou. Heideplanten verkopen op een plek waar vooral zware klei is te vinden, is het gevolg van onze gemakzucht: we willen alles op één plek kunnen kopen – van planten en bloemen tot een BBQ en tuinmeubilair. Een goede kweker vertelt precies welke plant gelukkig kan worden in welke grondsoort. Let meteen op of de planten buiten staan. Dit betekent dat ze sterk zijn en makkelijk zullen aanslaan, in plaats van in warmte en kunstlicht opgekweekte planten, die de overgang naar de natuurlijke omstandigheden van de tuin niet zo makkelijk aankunnen. Het vroegtijdig overlijden van deze vertroetelde planten is ook vaak een reden voor mensen om te twijfelen aan hun tuinvaardigheden, terwijl het berust op een miskoop, niet op onkunde. Een sterke plant, op de juiste plaats in de tuin, het liefst in de herfst of het voorjaar geplant, zal jaren meegaan. Koop planten en bollen die niet bespoten zijn met gif, zodat ze echt bijvriendelijk zijn. Biologische – of in ieder geval onbespoten – bollen zijn sinds kort online steeds beter verkrijgbaar. Maar dat is een klusje voor de herfst.

Stop met spitten

Een van de redenen waarom tuinen vaak worden bestraat, is dat spitten en schoffelen zo veel tijd kost. Het goede nieuws: dat hoeft helemaal niet. Sterker, het is beter van niet. De biodiversiteit onder de grond is net zo belangrijk als erboven, alleen zijn we er minder getuige van en staan we er dus minder bij stil. Met het verstoren van de grond wordt elke keer weer een zorgvuldig opgebouwde leefgemeenschap omgegooid, wat zorgt voor een verarming. Het is namelijk dit bodemleven dat planten voorziet van alles wat ze nodig hebben.  Het beste is om te ‘mulchen’: het aanbrengen van een laag organisch materiaal. Gebruik compost, zo’n 5 tot 10 cm dik, dan doe je heel veel goeds tegelijk: Je berooft toekomstig onkruid van licht en zuurstof waardoor het niet gaat groeien. De bodem verschraalt minder snel wanneer het beschermd wordt door zo’n compostlaagje; dat houdt voeding vast. De bodem wordt verrijkt door compost wat goed is voor planten en bodemleven. Je hoeft minder te sproeien want de grond droogt niet zo snel uit. Een goede truc is dit te doen net voor je op vakantie gaat. Eén keer goed sproeien en daarna bedekken met compost betekent dat je niet thuiskomt in een verdorde tuin.



Maak troep en gebruik nooit gif

In het voorjaar is het tijd om de oude, dode plantresten weg te halen. In plaats van die weg te gooien, is het veel beter er een hoop van te maken in een rustig stukje tuin, waar het niet in de weg ligt. Er zullen al snel talloze torretjes, egels en vogels in gaan schuilen, eten en leven. En het scheelt een volle groene afvalbak! Een tuin met biodiversiteit, betekent een tuin in balans, want voor iedere ‘plaag’ – een beestje dat iets te succesvol is en meer oppeuzelt dan we prettig vinden – is een natuurlijke vijand aanwezig. Door niet zo netjes te zijn, bied je ze allemaal een goede woon- en schuilplaats. Dit is ook een reden om nooit gif te gebruiken in de tuin. Het is lastig, vooral wanneer je geliefde planten opgegeten ziet worden door luizen, maar heel vaak is het zo dat een beetje geduld resulteert in een leger aan lieveheersbeestjes, larven en koolmeesjes die zich gulzig op de luizen storten. Met gif, dat niet selectief is, leg je zowel vriend als vijand om, waarna de vijand in groten getale terugkomt. Bedenk na de zomer dat bruin ook een kleur is, temper je opruimwoede en laat alles in de tuin met rust. Laat plantresten staan en je zult zien dat ze een prachtig silhouet geven in de donkere maanden. Intussen beschermen ze de planten tegen de vorst, en bieden ze schuilplaatsen en voedsel aan dieren.

Het betere watermanagement

Steeds vaker hebben we te maken met droge en warme perioden. Zitten we zelf te zweten en puffen, dan doet de natuur dit ook. Overal worden zwem- en voetenbadjes tevoorschijn getoverd, maar een egel, vogel of bij doet je dit niet na. Bent je trotse bezitter van een tuin waarin een egel vertoeft, zet dan een lage waterschaal neer zodat hij ‘s nachts opgelucht z’n reserves aan kan vullen. Een vogelbadje biedt uitkomst voor vogels en insecten. Het meest biedt je de natuur in je tuin met een vijver(tje), waar dieren in en uit kunnen. Die vijver moet dan wel een strand hebben. Hiermee bedoel ik geen wit zand met vrolijk gestreepte parasols, maar een geleidelijk dieper wordende kant voor kikkers, egels, vogels en bijen. Het laatste wat je wilt is dat er een egel smachtend naar het water kijkt maar er niet bij kan, of nog erger, er wel bij kan maar er niet meer uit. Een bestaande vijver geef je makkelijk een strandje door met stenen of hout aan de slag te gaan. Een klein vijvertje is al voldoende om een enorme hoeveelheid leven te scheppen. Wanneer er geen ruimte is voor een ‘echte’ vijver of er lopen kleine kinderen rond, ga dan voor een mooie bak, met een paar plantjes, zoals watermunt of kattenstaart. Een verhoging maak je snel met stenen of een omgekeerde pot. Het tempo waarmee je bijen, zweefvliegen en libellen ziet verschijnen, is groot.